Dit jaar waren er voor het eerst verkiezingen na de invoering van de VOG-plicht voor wethouders. Maar, wat zegt deze verplichting nou en wat moet je er allemaal over weten? En is alleen een VOG alleen verplicht voor wethouders, of ook voor politieke ambtsdragers? Alles wat je erover moet weten, zetten we voor je op een rijtje in dit artikel.
VOG-verplichting voor wethouders
Sinds 1 januari 2023 is het in de gemeentewet opgenomen dat bij de benoeming van een beoogde wethouder, deze verplicht in het bezit moet zijn van een geldige Verklaring Omtrent Gedrag. De VOG in kwestie mag niet ouder zijn dan 3 maanden. Dit is belangrijk om te bepalen of er geen ambts misdrijven zijn gepleegd. Je moet hierbij denken aan fraude, corruptie of het lekken van geheimen.
Een wethouder moet bij het aanvragen van de Verklaring Omtrent Gedrag kiezen voor het screeningsprofiel ‘politieke ambtsdragers’. Aan de screening van de wethouder worden zeer hoge eisen aan betrouwbaarheid gesteld dankzij dit profiel. Daarnaast wordt er ook 10 jaar teruggekeken op justitiële misdrijven.
Zonder een geldige VOG kan een wethouder niet benoemd worden, ondanks dat die wel een beoogd kandidaat is. Zorg er dan ook voor dat je als beoogd wethouder de VOG-aanvraag op tijd in werking zet, zodat je ten eerste de tijd hebt om de VOG in handen te hebben vóór de benoeming. Ten tweede wil je ook nog de tijd en ruimte hebben om eventueel bezwaar te tekenen tegen een afgekeurde VOG.



Integriteitsscreening voor wethouders
Integriteit is heel belangrijk als het gaat om wethouders. De integriteit moet niet alleen aan de voorkant, dus bij de benoeming worden getoetst, maar ook gedurende de benoeming. Een wethouder vervult namelijk een voorbeeldfunctie en krijgt het vertrouwen van de overheid.
Om de integriteit te kunnen waarborgen is uiteraard de VOG voor wethouders in het leven geroepen. Dit is verplicht volgens de gemeentewet, die sinds 1 januari 2023 is ingetreden. Naast de VOG, kan de gemeente zelf ook nog gebruikmaken van de basisscan integriteit en een risicoanalyse integriteit. Deze worden door externe partijen uitgevoerd en brengen kwetsbaarheden in kaart. Zo kun je bijvoorbeeld achter een belangenverstrengeling komen.
Maar hoe zit het dan met de integriteit tijdens het wethouderschap? Daar moet natuurlijk ook naar gekeken worden. Integriteit stopt namelijk nooit. De wethoudersvereniging heeft een aantal instrumenten om integriteit bespreekbaar te houden. Zo zijn er bijvoorbeeld procesafspraken gemaakt over vermoedens bij een integriteitsschending.
VOG voor wethouders, ministers en staatssecretarissen
Er zijn verschillen tussen de screening van wethouders, ministers en staatssecretarissen. Voor wethouders is het verplicht om een VOG aan te vragen. Heb je geen VOG, dan kun je niet benoemd worden. Simpeler kan het bijna niet.
Maar, bij ministers en staatsecretarissen zit dat even anders. Politieke functies zijn grondwettelijk uitgesloten voor veiligheidsonderzoek. Ambtenaren die een risico vormen voor de nationale veiligheid kunnen daardoor niet worden geweigerd.
Wel worden er integriteitsrisico’s in kaart gebracht, zoals bij wethouders ook gebeurt. Die analyse kun je meer zien als een advies. De functie kan te allen tijde nog steeds worden uitgevoerd, ook als er zaken uit die analyse komen die een risico kunnen vormen.
Er is wel een screening door die overheidsdiensten voorafgaand aan de benoeming van ministers en staatssecretarissen. Zo kijkt de AIVD in hun systemen om te kijken of er informatie is die een risico vormt voor de integriteit van het openbaar bestuur.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid kijkt in het Justitieel Documentatie Systeem en de Belastingdienst controleert het fiscale dossier van de kandidaat. Deze screening klinkt misschien zwaar omdat er meerdere systemen doorzocht worden, maar eigenlijk is dit een hele lichte vorm van onderzoek. Er wordt geen actief onderzoek uitgevoerd en er wordt maar naar een aantal integriteitsrisico’s gekeken.
De betrokken partijen die deze screening uitvoeren geven ook geen advies over de benoeming. Ze laten alleen weten of er relevante informatie is gevonden. Het is uiteindelijk aan de formateur en de betrokken fractievoorzitters om te bepalen of op basis van de informatie die zij hebben gekregen de kandidaat benoemd kan gaan worden.
